Een fauteuil herstofferen kan een interieur direct een nieuwe uitstraling geven, maar de stofberekening verdient net zoveel aandacht als de kleur. Wie zoekt naar hoeveel stof voor fauteuil nodig is, krijgt geen betrouwbaar antwoord met één vast aantal meters. Een compacte kuipstoel vraagt iets heel anders dan een royale oorfauteuil met losse kussens, armleggers en een hoge rug.
De veiligste aanpak is: zorgvuldig meten, rekening houden met de stofbreedte én vooraf bepalen hoe de stof op het meubel moet lopen. Daarmee voorkomt u dat u tijdens het stofferen enkele decimeters tekortkomt - of veel meer koopt dan nodig is.
Hoeveel stof voor fauteuil is gemiddeld nodig?
Voor de meeste fauteuils ligt de benodigde hoeveelheid meubelstof bij een stofbreedte van circa 140 cm meestal tussen 4 en 8 strekkende meter. Een eenvoudige fauteuil zonder losse zit- of rugkussens kan soms met 4 tot 5 meter worden bekleed. Voor een grote fauteuil met hoge rug, brede armen, een los zitkussen en een los rugkussen is 6 tot 8 meter realistischer.
Dat blijft een richtlijn, geen bestellingsoverzicht. Vooral de vorm van het meubel maakt verschil. Ronde armen, een gecapitonneerde rug, een vaste hoofdsteun of een diepe zitting zorgen voor extra losse onderdelen en dus meer snijverlies. Ook een fauteuil met een contrasterende bies of een apart beklede achterzijde kan meer materiaal vragen.
Kijk daarom niet alleen naar de totale buitenmaat van de fauteuil. Twee modellen met dezelfde breedte kunnen door hun constructie een heel verschillende stofbehoefte hebben.
Begin met de stofbreedte, niet met de meterprijs
Meubelstoffen worden doorgaans verkocht per strekkende meter. De breedte staat vast en is vaak 140 cm, maar kan bijvoorbeeld ook 145, 150 of 280 cm zijn. Die breedte bepaalt hoeveel patroondelen u naast elkaar kunt snijden.
Bij een standaard stofbreedte van 140 cm liggen rug-, arm- en zitdelen meestal naast elkaar in de breedte. Is een onderdeel breder dan de bruikbare stofbreedte, dan moet het uit meerdere banen worden gemaakt. Dat kost extra stof en kan naden opleveren. Bij stoffen van 280 cm breed kunt u bepaalde delen juist in één stuk snijden, maar alleen als de vleug en de draadrichting dat toelaten.
Gebruik altijd de bruikbare breedte in uw berekening. Een zelfkant kan in sommige gevallen niet volledig worden verwerkt. Bij een heel strak patroon of een kwetsbare geweven stof houdt een vakman bovendien liever wat meer marge aan.
De draadrichting bepaalt de uitstraling
De meeste meubelstoffen hebben een duidelijke boven- en onderkant, een vleug of een poolrichting. Denk aan velvet, ribstof en sommige chenilles. Alle zichtbare delen moeten dan in dezelfde richting worden geknipt. Draait u een armdeel om om stof te besparen, dan kan het kleurverschil meteen opvallen.
Bij geweven stof zonder vleug is de vrijheid soms groter, maar ook daar blijft de draadrichting belangrijk. De lengte van de fauteuil loopt vaak mee met de lengterichting van de stof, omdat dat het mooist oogt en technisch het meest logisch is. Kies niet alleen voor de meest zuinige snijindeling als die ten koste gaat van het eindresultaat.
Zo meet u een fauteuil stap voor stap
Een oude bekleding lostornen is de meest nauwkeurige methode. U ziet dan precies uit hoeveel patroondelen de fauteuil bestaat. Leg elk verwijderd deel plat neer, meet lengte en breedte en noteer daarbij waar de bovenkant zit. Heeft u de fauteuil nog niet gedemonteerd, meet dan de zichtbare vlakken en tel extra marge voor de omslag naar de onderzijde en de bevestiging op het frame.
Noteer minimaal deze onderdelen:
- de binnen- en buitenkant van de rugleuning;
- de zitting, inclusief de voorrand en eventuele zijstukken;
- beide armen, aan de binnen- en buitenzijde;
- losse zit- en rugkussens, boven- en onderkant inbegrepen;
- eventuele banden, bies, paspels of decoratieve kussens.
Tel de oppervlakken niet simpelweg bij elkaar op en deel ze vervolgens door 140 cm. Zo'n rekensom negeert de vorm van de patroondelen en geeft vaak een te optimistisch resultaat. Maak liever een eenvoudige snijtekening op schaal. Teken een rechthoek die de stofbreedte voorstelt en plaats daarin alle onderdelen in de juiste richting. Zo ziet u welke delen naast elkaar passen en hoeveel strekkende meters u werkelijk nodig hebt.
Reken altijd snijverlies en reserve mee
Snijverlies is geen verspilling, maar onderdeel van goed stoffeerwerk. Bij rechte, compacte onderdelen is het beperkt. Bij ronde armen, schuin toelopende ruggen en losse kussens ontstaan er nu eenmaal reststukken die niet bruikbaar zijn voor een groot volgend deel.
Voor een effen stof zonder vleug is 10 procent reserve vaak een bruikbare ondergrens. Reken eerder 15 procent bij fauteuils met veel rondingen of bij een eerste doe-het-zelfproject. Werkt u met een poolstof, een grove rib of een stof waarbij alle delen dezelfde richting moeten hebben, neem dan liever ruimere marge.
Extra stof is ook prettig voor toekomstige reparaties. Een klein stuk kan later van pas komen bij schade, een versleten armleuning of een los kussen. Kleurbaden kunnen per productie verschillen, waardoor exact dezelfde stof op een later moment subtiel anders kan uitvallen.
Patronen, ruiten en strepen vragen meer meters
Een effen meubelstof is het eenvoudigst te berekenen. Zodra een dessin moet doorlopen, neemt de benodigde hoeveelheid toe. Bij strepen wilt u bijvoorbeeld dat de lijnen op de zitting, rug en armen logisch uitkomen. Bij ruiten of geometrische patronen moet u de herhaling van het motief op de naden laten aansluiten.
Die patroonherhaling wordt ook wel rapport genoemd. Is het verticale rapport 30 cm, dan moet u bij elk groot onderdeel mogelijk naar de volgende volledige patroonherhaling doorschuiven. Daardoor blijft er stof over die technisch gezien niet bruikbaar is. Bij een groot dessin kan de extra behoefte oplopen tot 20 of zelfs 30 procent.
Controleer ook de richting van een patroon voordat u bestelt. Sommige dessins mogen alleen van boven naar beneden worden verwerkt. Bij andere stoffen kan de stof horizontaal worden toegepast, maar dat is alleen verstandig als de fabrikant dit toestaat en het patroon er rustig bij blijft ogen.
Vergeet vulling, onderdoek en bies niet
Wie alleen de zichtbare meubelstof bestelt, mist soms materialen die het verschil maken tussen een tijdelijke opknapbeurt en een nette herstoffering. Bij een fauteuil zijn dacron of fiberfill, meubelband, singels, schuim, nieten en een stevig onderdoek vaak net zo relevant. Controleer tijdens het demonteren of het schuim nog veerkrachtig is en of de vering of banden niet zijn uitgerekt.
Een bies of paspel geeft een fauteuil een afgewerkte, professionele lijn, maar vraagt ook extra stof. Meet alle randen waar de bies komt en tel marge voor bochten en verbindingen mee. Voor biezen van dezelfde stof wordt vaak een extra strook stof gesneden. Bij een stof met patroon of vleug is dat opnieuw een reden om niet te krap te bestellen.
Wanneer is professioneel advies verstandig?
Bij een rechte eetkamerstoel is zelf berekenen overzichtelijk. Een antieke oorfauteuil, een designfauteuil met complexe naden of een model met capitons vraagt meer ervaring. Vooral wanneer een kostbare velvet, bouclé of kunstleer wordt gebruikt, is een tweede controle van uw berekening verstandig.
Maak duidelijke foto's van voor-, zij- en achterkant en noteer de totale breedte, hoogte en diepte. Vermeld ook of de kussens los zijn, welke delen opnieuw worden bekleed en welke stof u op het oog hebt. Met die informatie kan een specialist gerichter inschatten of uw snijplan klopt. Bij BLADI Meubelstoffen is er keuze uit veel stofsoorten en stoffeerbenodigdheden, zodat u materiaal en afwerking goed op elkaar kunt afstemmen.
Bestel bij twijfel liever iets extra's, zeker bij een uitgesproken kleur, patroonstof of een stof met vleug. De juiste hoeveelheid geeft rust tijdens het werk: u kunt strak trekken, netjes afwerken en met aandacht voor details stofferen, zonder te moeten improviseren met een laatste reststuk.